Hebt u in 2025 bedragen aan iemand betaald die niet als ondernemer bij u werkt en ook niet bij u in (fictieve) dienstbetrekking is? Dan moet u de gegevens over deze uitbetaalde bedragen aan derden (UBD) vóór 1 februari 2026 aanleveren aan de Belastingdienst.
Onlangs zijn in de landelijke pers enkele scenario’s naar voren gebracht om belasting in box 3 te ontwijken. Ongeruste Kamerleden hebben hierover vragen gesteld aan de Staatssecretaris van Financiën, die inmiddels zijn beantwoord. We bespreken de scenario’s en de reactie daarop.
In 2022 en 2023 was de belastingrente over te betalen vennootschapsbelasting 8%. Bij andere belastingen was de rente 4%. Hiertegen heeft een onderneming zich verzet. De rechtbank heeft het bedrijf in het gelijk gesteld en de rente gecorrigeerd naar 4%. Het Ministerie van Financiën heeft de zaak vervolgens aan de Hoge Raad voorgelegd, die onlangs uitspraak heeft gedaan.
Stel, een werkgever geeft een vergoeding van 20% van de aankoopprijs aan een werknemer als deze een product aanschaft dat de werkgever heeft geproduceerd. De werknemer kan dit product kopen in een fysieke winkel of een webshop. Deze fysieke en online winkels zijn alleen toegankelijk voor werknemers, oud-werknemers en werknemers van partnerbedrijven van de werkgever. Een kennisgroep van de Belastingdienst heeft een standpunt bepaald over de vraag of de vergoeding is vrijgesteld.
Een technologiebedrijf levert IT-diensten en oplossingen aan opdrachtgevers. De werknemers werken bij opdrachtgevers. Als de opdracht eindigt, gaan werkgever en werknemer op zoek naar een nieuwe opdracht. In de tussentijd zit de werknemer op de bank en wordt zijn loon met emolumenten doorbetaald. Als dat voor een werknemer te lang duurt, wil de werkgever de overeenkomst om deze reden ontbinden. De werknemer verzet zich.